Hundred Pieces of Me

Honderd keer mezelf

Een verhaal over leven in het heden dat je altijd zal bijblijven

– Lucy Dillon

Deze vertaling is gemaakt en gepubliceerd met toestemming van Lucy Dillon


Proloog

ITEM: een rode, kasjmieren sjaal
Longhampton, juni 2008

Gina bindt haar nieuwe kasjmieren sjaal strak rond haar pols, alsof het een verband is. De sjaal is scharlakenrood, net als lippenstift en vergiftigde appels en gevaar. Ze heeft hem twee dagen geleden gekocht op de terugweg van haar werk. Hoewel hij veel kostte, heeft ze geen seconde getwijfeld: de prijs liet haar koud. Ze had altijd al een mooie grote kasjmieren sjaal gewild en het gebruikelijke stemmetje in haar hoofd dat haar waarschuwde voor de gasrekening en de gemeentebelastingen bleef achterwege. In de stilte die achterbleef, hoorde Gina haar eigen stem die zich luidop afvroeg: ‘Waarom niet?’.

‘Waarom niet?’ laat Gina’s maag altijd omkeren. Ze is geen ‘waarom niet?’-type, maar door alle gebeurtenissen deze week voelde het alsof ze van een veel te steile heuvel afgleed en alle kanten op werd gegooid terwijl de ene na de andere schok op haar afkwam. Het prijskaartje dat aan de sjaal hing, was zelfs niet tot haar doorgedrongen.

De felle kleur verrast haar nog steeds. Gewoonlijk houdt Gina niet zo van rood – haar huis en garderobe bestaan voornamelijk uit rustige zeeblauwe en leisteengrijze tinten –, maar iets in de opvallende sjaal stelt haar gerust. Hij ziet er levendig uit tegen haar bleke huid en een tikkeltje Spaans tegen haar golvende, donkere lokken en bruine ogen. Het rood is gewaagd en markant. Het trekt de aandacht en contrasteert fel met het grijzige stadje.

Gina’s buitensporige aankoop is het enige dat kan weggeven waarom zij en Stuart hier nu zitten. De streep rood die Gina vanuit haar ooghoeken kan zien, is een herinnering dat het nu meer dan ooit tijd is om aan zichzelf te denken. Misschien is het zelfs haar laatste kans.

Ze werpt nogmaals een snelle blik naar Stuart om te kijken of hij de sjaal heeft opgemerkt. Niet dus. Met gefronste wenkbrauwen gaat hij over de notities die hij heeft voorbereid voor de consultatie van vandaag: tot twee uur ’s nachts zat hij rechtop in bed met zijn laptop op schoot, terwijl zij deed alsof ze sliep. De groenachtige schijn lichtte de vormen van zijn knappe gezicht op, van zijn voorhoofd waar rimpels zijn concentratie verraadden.

Stuart verwerkt alle informatie. Er valt ook heel wat te verwerken: van internet, van het ziekenhuis, van vrienden van vrienden. Allerlei woorden en termen spoken door haar hoofd, maar niets dringt tot haar door. Net als sneeuwvlokjes smelten ze zodra ze haar bereiken.

Achter hen gaat de deur open en meneer Khan, die net van een andere emotionele afspraak komt, loopt snel binnen terwijl hij zich uitgebreid excuseert voor de vertraging. Stuart verstijft helemaal in zijn stoel. Gina moet denken aan dat moment tijdens de examens wanneer de tijd stil lijkt te staan als de toezichthouder even kucht en vraagt om de examens in te dienen. Weken en maanden gaan aan je voorbij, vol wanhoop wil je de tijd terugdraaien, wil je een extra week om te herhalen maar het is te laat. Het is voorbij. Paniek aan de ene kant, opluchting aan de andere.

Nu.

‘Hallo Georgina… Gina?’ zegt hij, met een ontspannen lach. Mooi, ja, Gina, en dit is uw…?’

‘Verloofde, Stuart Horsfield, hallo’, zegt Stuart. Gina vindt het nog steeds raar klinken, maar alles wat haar overkomt lijkt dan ook een ander te overkomen. Ze neemt zijn hand vast. Die is stevig en geruststellend.

Terwijl meneer Khan zijn notities overloopt, dwingt Gina zichzelf de kamer te verkennen om te vermijden dat ze de neergekrabbelde woorden voor hem probeert te lezen. Misschien schrijven dokters daarom zo onleesbaar, denkt ze, zodat het onmogelijk is de omgekeerde woorden aan de andere kant van het bureau te lezen.

Ze merkt willekeurige dingen op. Een raam dat uitkijkt op de parking, witte glansverf, een kalender en een lichtroze alpenviooltje (heel moeilijk weg te krijgen). Er hangt een spiegel aan de muur naast de deur. Eenvoudig, zonder kader en te ver verwijderd van het bureau om gebruikt te worden door de dokter.

Een koude rilling loopt over Gina’s rug. Hij is voor de patiënten, zodat ze zich weer mooi kunnen maken en de uitgelopen mascara kunnen wegvegen voor ze opnieuw naar de stille wachtzaal gaan. Stuart houdt haar hand nu nog steviger vast.

Meneer Khan duwt met de palm van zijn hand het dopje terug op zijn brede, zilveren vulpen en laat een zucht ontsnappen uit zijn mond, waarvan de hoeken zakken. Hij lacht niet. En dan dringt het tot Gina door. Ze kan er amper haar gedachten bijhouden. Een deel van haar zweeft weg en haar bewustzijn wringt zich los, laat haar in de steek, weg uit haar hoofd. Overkomt me dit echt? vraagt ze zich af. Is dit wel echt?

Een wanhopige drang om weg te gaan, overvalt haar en ze moet zichzelf dwingen om zich op dit moment te concentreren.

Nu.

Nu.

‘Zo, Georgina,’ zegt hij, ‘ik vrees dat ik slecht nieuws heb.’

Geef een reactie

Scroll to top