Hunderd Pieces of Me

Honderd keer mezelf

Een verhaal over leven in het heden dat je altijd zal bijblijven

– Lucy Dillon

Deze vertaling is met toestemming van Lucy Dillon gemaakt en gepubliceerd


Hoofdstuk 1

ITEM: een gouden, glasgeblazen kerstboomhanger in de vorm van een engel die trompet speelt
Longhampton, december 2013

Gina neemt een stap terug, ademt de sterke geur van de donkergroene Douglasspar in en denkt Ja, daarom heb ik dit huis gekocht. Voor Kerstmis.

De spar is een veel te grote, rustieke boom in de zwart-wit betegelde hal op Dryden Road 2. Hij vult de hele ruimte die ze al bij het eerste huisbezoek bestempeld had als het kerstboomhoekje. Het moment is aangebroken om de soepele takken te versieren met glazen bollen en af te werken met een ster en de speciale ijzeren voetsteun die verdwijnt onder een stapel cadeaus. Het is de ultieme Victoriaanse afwerking van een geweldig mooi gerenoveerde Victoriaanse gezinswoning.

Gina glimlacht voldaan naar de boom. Het heeft lang geduurd om het huis zelf te renoveren, na de werkuren, in het weekend. Het mentale beeld dat ze zich gevormd had van deze boom, van dit moment, heeft ervoor gezorgd dat ze de eindeloze maanden vol schuur- en pleisterwerk, bouwlieden die de elektriciteit zonder waarschuwing afsloten en wasbeurten in een kuip is doorgekomen: de renovatie hielp haar langzaamaan haar oude leventje op te pikken. Ze streefde één kleine doelstelling per keer na – een afgewerkte kamer, een volledig rondje om het park – en nu, eindelijk, is het moment aangebroken: Kerstmis op Dryden Road.

Als ze naar de eerste bol grijpt, flakkert er een herinnering op ergens ver in haar achterhoofd, te snel om haar te kunnen plaatsen: plots wordt ze overvallen door tevredenheid, door een soort dieprood, kerstachtig verlangen dat haar omhult als een zachte deken vol vreugde. Het is eerder een déjà vu dan een herinnering: het gevoel van voldoening wanneer dingen op hun plaats vallen.

Wat kan het zijn? De sparrengeur of de kaneelstokjes? Het zachte ritselen van de slingers? De gezelligheid die de opstartende centrale verwarming oproept terwijl de avondschemering valt? Gina speurt de vormloze dieptes van haar vroegste herinneringen af, maar vindt geen precies moment. Ze heeft niet zoveel jeugdherinneringen en de enkele kostbare herinneringen die ze wel heeft, zijn wazig geworden door er te hard aan te denken. Ze weet nooit wanneer ze zich waargebeurde feiten herinnert of wanneer ze gewoon een verhaaltje van haar moeder zijn. Maar dit gelukzalige gevoel voelt vertrouwd aan.

Het is vast de boom versieren, denkt ze, en ze draait zich weer naar de doos vol versieringen opgeborgen in doekjes. Het is traditie: op de eerste zaterdag van december wordt de boom opgezet. Hem versieren is altijd al een bezigheid geweest van haar en haar moeder, Janet, zij tweetjes, terwijl ze naar een kerst-cd luisteren en hun favoriete snoepjes delen, terwijl Gina de bollen overhandigt aan Janet en Janet ze elk jaar op dezelfde plaats hangt. Ze hebben in verschillende huizen gewoond tijdens Gina’s jeugd, maar de kerstboomroutine bleef onveranderd.

Gina heeft een doos vol bollen, waaronder enkele oude favorieten die haar moeder haar gegeven heeft, en ze heeft Janets gewoonte overgenomen om elke kerst een nieuwe bol te kopen. Ze neemt de hanger die ze voor deze kerst gekocht heeft: een gouden engel die trompet speelt. Volgend jaar, denkt ze terwijl er plots hoop opborrelt in haar binnenste, zal het beter gaan. Het is lang geleden dat Gina zich zonder meer tevreden voelde; het eenvoudige genoegen voelt zo onvertrouwd aan dat ze ervan schrikt hoelang het geleden is.

Er dwarrelen enkele sneeuwvlokjes langs het raam en Gina hoopt dat het op deze kerstachtige dag niet zal sneeuwen in New Forest, waar Stuarts kantoor ligt. Gewoonlijk schuift het sales-team van Midlands Logistics aan een buffet in het lokale Chinese restaurant aan voor een wedstrijdje eet-zoveel-je-kunt, maar dit jaar zijn de werknemers uitgenodigd voor een of ander kartingevenement om vervolgens een moordmysterie op te lossen tijdens het diner.

Stuart zal zeker de leiding van een van de teams op zich nemen. Hij fietst, speelt cricket en is met zijn bescheiden maar vastberaden karakter op zijn zesendertigste nog steeds kapitein van zijn voetbalteam. De andere voetbalvrouwen, van wie de meesten het niet onder stoelen of banken steken dat ze een oogje hebben op Stu, grappen dat hij Longhamptons David Beckham is. Zonder tattoos. Natuurlijk. Stuart houdt niet zo van tattoos.

Ze hangt een andere zilveren bol op en stopt even: het zou leuk zijn als ik dit met Stu kon delen, denkt ze. Hij nam de lastigere renovatietaken op zich als zij even niet meer kon; het is dus niet meer dan normaal dat ze de leuke dingen delen, zoals de boom versieren. Het is iets dat ze samen zouden moeten doen, een nieuwe traditie die ze samen kunnen starten.

Gina plaatst het deksel op de doos zodat de katten er niet bij kunnen en loopt de woonkamer binnen waar ze al de hele dag op haar laptop cadeautjes aan het bestellen is. Kerstmis staat dan wel voor de deur, maar ze moet nog heel wat cadeaus kopen voor de familie. Ze zet Phil Spectors kerstalbum op en zet het volume lekker luid. Bij het cadeau voor Stuarts tante gaat het echter al mis en wordt haar bankkaart geweigerd.

Ze probeert het opnieuw. Geweigerd.

Gina fronst haar wenkbrauwen. Dit is hun gemeenschappelijke kaart die bestemd is voor huishoudelijke uitgaven. Stuart heeft vast iets groots gekocht, waarschijnlijk voor zijn fiets – vorige maand heeft ze de rekening volledig afbetaald, op tijd voor Kerstmis. Volgens de website is het maandag de laatste dag dat cadeaus naar Australia kunnen worden verzonden vóór kerst. Als tante Pam in Sydney haar gebruikelijke doos zandkoekjes wil, moet hij echt wel vandaag worden verstuurd.

Gina bijt op haar lip en belt naar Stuarts mobieltje. Haar kaart heeft zijn limiet al bereikt door de kosten voor de autokeuring en de verzekering van haar auto, en Pam is zijn tante. Na twee keer te hebben gerinkeld, schakelt het toestel over op voicemail, wat haar niet verbaast. Als hij aan het karten is, zal zijn mobieltje veilig opgeborgen zitten in zijn locker. Dus belt ze zijn collega Paul op, die al na een paar seconden opneemt.

‘Hallo Paul, met Gina’, zegt ze, terwijl ze rondloopt in de woonkamer, de zware gordijnen laat zakken en de lampen aanzet. ‘Het spijt me dat ik je stoor, hopelijk onderbreek ik niet een of andere moord!’

‘Hoi Gina.’ Het klinkt alsof Paul op een lawaaierige plaats is: ze hoort Slades ‘Merry Christmas Everyone’ op de achtergrond.

‘Ik probeer Stu te bereiken. Kun je hem vragen om mij even te bellen zodra hij klaar is?’

‘Stuart’?

‘Uhm, ja. Moet je naar hem verwijzen als Hercule Poirot ofzo?’

‘Excuseer?’

Gina blijft even voor de spiegel bij de open haard staan en staart naar haar spiegelbeeld dat verschijnt in het verweerde glas. Zoals altijd na een bezoekje aan de kapper vindt Gina dat ze op iemand anders lijkt. Haar korte zwarte haren zijn glad en vallen langs haar lange gezicht in een elegante coupe die nog zo’n vier uur zal meegaan voor hij begint de kroezen. Haar kapsel maakt deel uit van haar voornemen om zich meer in te zetten dit jaar. Meer inzet voor haar zaakje, voor Stuart, voor … alles.

‘Gina? Sorry, ik ben niet bij Stuart.’

‘Is hij niet bij jou?’

‘Niet tenzij hij dom genoeg is inkopen te willen doen in Cribbs Causeway!’ Paul pauzeert even en lacht dan. ‘Oh, verdorie, nu heb ik waarschijnlijk zijn grote verrassing verpest, niet? Hij is vast ergens op zoek naar een cadeau voor je. Wat wordt het dit jaar? Een kajak?’

‘Ja, dat zal het wel zijn.’ Gina probeert te lachen, maar het lukt haar niet. Haar gezicht voelt zwaar aan, haar wangen opgezwollen. ‘Ha! Sorry dat ik je gestoord heb, Paul. Prettig weekend!’

Ze legt de telefoon neer en overweegt even Pauls uitleg, maar er klopt iets niet.

Stuart heeft een tas voor het hele weekend gepakt. Hij heeft zijn eigen hemden gestreken. Hij heeft haar meerdere keren verteld – een keer te veel, nu ze eraan denkt – dat het een kartinguitje was, gevolgd door een moordmysterie tijdens het diner, en dat hij het druk zou hebben van vrijdagochtend tot zondagnamiddag, maar dat ze zich geen zorgen hoefde te maken als ze hem niet kon bereiken, want het hotel was gelegen in een bos waar er geen bereik was, ‘wat ideaal is voor teambuilding’.

Te veel details. Stuart kan zelfs steengoed liegen.

Gina zakt weg in de sofa, terwijl ze haar mobieltje stevig vasthoudt, en Loki, de minst schuwe kat van de twee, springt weg.

Ze heeft moeite om de twee gedachten te verenigen. Stuart: leugenaar. Betrouwbare, oprechte Stuart, die voor zijn vertrek de kerstboomversieringen van de zolder heeft gehaald voor haar, die het vuilnis buitengezet heeft en de kattenbak ververst heeft.

Allemaal praktische dingen, beseft ze nu. Zorgzaam, maar ook huisgenootachtig. Dat zijn ze, na een huwelijk van vijf jaar, huisgenoten. Haar laatste verjaardagscadeau was een schuurmachine, voor de vloerplanken op de bovenverdieping.

Het rare is dat Gina helemaal niet van streek is, ze is gewoon triest. Nu heeft ze bevestiging van iets dat ze eigenlijk al wist. Dat ze al maanden wist, zonder het te willen toegeven. Ze heeft al die tijd hoe-breng-je-je-relatie-er-weer-bovenopboeken gekocht en verstopt in de droogtrommel. Stuart is gewoon praktischer geweest, zoals gewoonlijk.

Ze staart naar haar half versierde kerstboom in de hal. Hij is net een kerstboomkoekjesvorm tegen de bleekblauwe trap erachter, en onder de botte pijn door die haar borst als kiezels vult, voelt Gina dat onvatbare geluk zwakjes flakkeren.

Plots heeft ze het gevoel dat ze naar de boom getrokken wordt, om de takken verder te versieren. Het duurt nog zeker een halve dag voor hij thuiskomt en dit huis perfect zal zijn. Het huis verdient het.

Gina staat op uit de sofa en slaapwandelt naar de hal, naar haar doos vol versieringen en herinneringen. Terwijl de Ronettes op de achtergrond zingen, hangt ze glazen bollen aan de knoestige dennenboomtakken, ademt ze de rozemarijngeur van het hars in en laat ze het donkere hart van de boom haar zintuigen verleiden tot er geen plaats meer is voor welke gedachte ook over de toekomst of het verleden.

Buiten, aan de andere kant van de pas geverfde voordeur met de glanzende kerstkrans en de koperen deurklopper, sneeuwt het.

Geef een reactie

Scroll to top